Laurataart
Je wilt een keer naar Mekka om ook eens een keer die zwarte steen te zien die het symbool is van alle kwaad. Eerst was het ding wit, maar later werd hij zwart vanwege de zonden van de mensen. Wat dat betreft had elke steen op deze aardbol wel zwart kunnen zijn. En je wilt natuurlijk stenen gooien naar de drie zuilen die de duivel vertegenwoordigen. En stenen gooien is leuk, dat weet je nog uit je tijd dat je Ajaxfan was. En in Mekka is het ook nog eens legitiem.
Maar ja, je bent geen moslim dus kom je Mekka niet binnen. Je laat je omvormen tot moslim en de reis kan beginnen. In een volgepakt vliegtuig vlieg je naar Jedda en binnen de kortste keren ben je in Mekka. Het is een drukte van jewelste en overal om je heen zie je met weinig overtuiging zoekende mannen die hun vrouw zijn kwijtgeraakt in het gedrang. Je biedt aan om mee te zoeken, maar je hulpvaardigheid wordt niet op prijs gesteld. Je loopt zeven keer om de Ka’ba en je loopt zeven keer rond een paar heuvels. Nu merk je pas dat je geen conditie hebt en je neemt je voor voortaan te gaan lopen naar je penthouse op de veertiende verdieping. Maar niet getreurd, je tent staat klaar en je maakt een lekkere nacht. De andere dag ga je naar een enorme vlakte waar niets meer te zien is dan heel veel mensen die ook niet precies weten wat ze daar aan het doen zijn. Maar dan komt het leukste: je mag stenen gooien naar een paar zuilen die in Mina staan, net buiten Mekka. Je krijgt je 49 stenen en je gooit ze keihard naar de ”duivel”. Maar je gooit zo hard dat de zuilen omvallen. Je schrikt en kijkt om je heen. De menigte staart je met open mond aan en komt op je af onder het roepen van Alla Akbar. De mannen zwaaien enthousiast met grote kromme zwaarden. O jee, denk je, als dat maar goed afloopt. Je denkt dat je laatste uurtje geslagen heeft. Maar ach, met 72 maagden in het vooruitzicht schik je je in je lot.
Maar nee, je wordt op handen gedragen, de mensen zien in jou de nieuwe profeet, ze gaan op hun knieën voor je, je wordt aanbeden. De menigte pakt je vast en je wordt naar de moskee in Mekka gedragen waar je een preek moet houden. Dat doe je in het Nederlands omdat je geen Arabisch kent en je lult maar wat natuurlijk.
Na de preek moet je met iedereen thee drinken en daar moet je zo van plassen dat je heimelijk in de menigte kunt verdwijnen en terug kunt gaan naar Nederland. De moslims zijn radeloos en schrijven uiteindelijk een nieuw boek: De Verdwenen profeet.
- 100 gram margarine of boter
- 100 gram tarwemeel
- 100 gram suiker
- 100 gram zoete amandelen
- wat marmelade of jam
Week de amandelen in warm water en pel ze waarna je ze in mootjes hakt. Nou ja, in hele kleine stukjes. Malen mag ook. Kneed ze met de boter, de suiker en het meel tot een stevige bal en verdeel die in twee gelijke stukken. Druk de ene helft uit op de bodem van een met boter besmeerde, niet al te grote, taartvorm en zorg er voor dat dat het deeg zo dun mogelijk is. Bak het in een matig warme oven lichtbruin en gaar in ongeveer twintig minuten. Even laten afkoelen en de koek uit de vorm halen. Doe hetzelfde nog een keer waarna je de twee delen op elkaar legt met jam er tussen. Lekker bij de koffie of na vijf biertjes.
Het gaat als een lopend vuurtje door het dorp hoe jij die vijf ettertjes de bus hebt uitgeslagen. Je wordt de Rambo van het openbaar vervoer genoemd. Maar dan, twee dagen later. Je bent amper van een halte vertrokken met je bus of je hoort in de verte gillende sirenes. In je spiegel zie je twee politiebusjes aankomen en je gaat een stukje naar de kant om ze te laten passeren. Maar je moet boven op je rem gaan staan omdat de kit je klem rijdt. Zes agenten stormen de auto’s uit, bonken op je deur, die je natuurlijk beleefdheidshalve open doet, en grijpen je met veel machtsvertoon in je kladden. Voor je het weet hebben ze je achter je stuur vandaan gesleurd, in een politiebusje gesmeten en afgevoerd naar het politiebureau. Daar word je beschuldigd van excessief geweld tegen vijf onschuldige Marokkaanse jongetjes die jou alleen maar een beetje geplaagd hebben. Je wordt uren ondervraagd en uiteraard geef je jouw versie van het verhaal. Maar niemand gelooft je en je wordt gedwongen de namen van je vrienden te noemen die hebben meegeholpen die aardige jongens je bus uit te slaan. Niemand gelooft dat je het alleen gedaan hebt.
Je bent een echte straatvechter en dat heb je al jong geleerd. Dat moest ook wel, want je woonde naast een woonwagenkamp en met die kampers was het altijd knokken. Later haalde je zwarte banden bij judo, ju-jitsu, karate en kickboksen. Eigenlijk heb je er niet zo veel mee gedaan en daarom besloot je om buschauffeur te worden in Gouda. Maar dat vond je niet opwindend genoeg. Echte knokpartijen heb je daar niet meegemaakt en bovendien vond je de korpschef van de politie en de burgemeester maar slappe hap.
Je naam is Koenders en je hebt een belangrijke functie, namelijk minister van Verspilling. Je mag een kleine vijf miljard Nederlandse eurootjes weggeven aan landen waar despoten de dienst uitmaken. Die landen zijn voornamelijk te vinden in Afrika en het Midden Oosten. Laatst was je weer op bezoek bij krijgsheer Nkunda in Congo. Hij belde je op en hij zei, ”Bert jongen, je moet weer eens een keer naar Congo komen. Ik heb een heel stel leuke jonge meisjes voor je klaar staan die jou een ontbijtje op bed brengen en je haar kammen. Mijn verlanglijstje met wapens mail ik je nog wel.”




