Stoofschotel aardappelen en spruitjes
Het is het gesprek van de dag in heel Nederland, de kranten staan er vol van en op het internet is het niet weg te slaan. De uitreiking van de Beste Supermarktmedewerker Award. De BeeEsAa! Niet te verwarren met de motorfiets van Bennie Jolink.
Uit honderden medewerkers zijn er uiteindelijk drie genomineerden overgebleven. Bert, vakkenvuller bij Albert Heijn, Wilma, cassiere bij de Aldi en Fatima van de afdeling Brood bij de C1000. De uitreiking vindt plaats in het Amsterdamse Carre en daar ben ik nu om het spektakel van dichtbij te volgen. De zaal is afgeladen vol met genodigden afkomstig uit de supermarktbranche. We zien daar directeur Frits van Eerd van Jumbo en directeur William Snollaerts van de Aldi Zaandam. Praatjesmaker Giel Beelen praat in rap tempo alles aan elkaar en je kunt met geen mogelijkheid zeggen waarover hij het heeft. Hij weet het waarschijnlijk zelf ook niet. Maar de zaal hangt aan zijn lippen. Na een optreden van een paar plaatselijke bandjes en zangers zoals Fountain en Renee Froger, is het grote moment daar. Lee Towers mag de uiteindelijk winnaar bekend maken.
Eerst zien we nog korte vraaggesprekjes met de genomineerden:
”Zo Wilma, laat eens zien wat je zoal doet in de winkel.” ”Nou eh, tja, klanten zetten hun spullen op de band en ik haal ze langs een scanner en dan wordt het aangeslagen. Enne als er geen code op staat moeten we de prijs zelf opzoeken en aanslaan. Nou, dat is nog knap moeilijk hoor met al die knopjes.”
En daar hebben we Bert. Hij zit op zijn hurken het onderste vak te vullen.
”Wat is nu het moeilijkste in jouw vak?” ”Wel,” zegt Bert, ”je moet de Venzhagelslag natuurlijk niet bij het eigen merk zetten. Soms is dat best lastig omdat de pakjes zo op elkaar lijken. Dat is ook met al die colamerken zo. Ik ben ’s avonds best uitgeput als ik thuis kom.”
Fatima zien we breed lachtend bij het brood.
”Is dat niet moeilijk al die verschillende soorten brood en broodjes.” ”Ja best wel,” zegt ze lachend, ”je hebt bruin brood en wit brood en natuurlijk stokbrood. Hou dat maar eens uit elkaar. En dan ook nog de zachte broodjes, rond en puntjes. En de harde broodjes en mueslibollen. Het makkelijkst zijn de krentebollen. Die pik je er zo tussen uit.”
En daar hebben we Lee Towers weer. Terwijl hij Giel een elleboogstoot geeft leest hij van een briefje op: ”En de winnaar is…..Fatimaaaa.”
Huilend komt Fatima het podium op. Snikkend verklaart ze dat dit het beste is wat haar ooit overkomen is en ze bedankt eerst haar ouders die haar de kans gaven dit baantje te nemen en dan bedankt ze haar chef van de broodafdeling die haar maar zes keer heeft verrot gescholden omdat ze de afbakbroodjes liet verbranden. En dan vliegt ze Giel om zijn nek en gaat uitgebreid staan tongzoenen met Renee Froger. Lee zet intussen You Never Work Alone in.
Wilma en Bert hebben uit jaloezie de zaal verlaten en slaan de microfoons en camera’s van zich af. Morgen weer vroeg op natuurlijk.
Het was weer een leuke avond. Eigenlijk zouden ze dit ook bij de radio moeten doen. Een soort Radioring of zo. Of een Televisiering. Al dat talent moet toch eens een keer beloond worden met een prijsje. Misschien moet je nog verder gaan en een prijs bedenken voor de beste musical. Binnen nu en vijf jaar kom je allemaal wel een keer aan de beurt om de prijs in de wacht te slepen.
- 750 gram aardappelen
- 500 gram spruitjes
- zout
- 400 gram verse worst
- 1 eetlepel margarine
- peper
Schil de aardappelen en snijd ze in stukken. Maak de spruitjes schoon en was ze. Leg de helft van de aardappelen in een beetje kokend water met zout, schep daar op de helft van de spruitjes, daar op de verse worst en daar op weer de rest van de spruitjes. Tenslotte schep je er de andere helft van de aardappelen op. Kook de zaak in een half uurtje gaar. Neem nu de worst uit de pan en giet het water af. Voeg de margarine en de peper toe en alles luchtig door elkaar. Leg de worst er dan weer boven op.
Tags: aardappelen, award, prijs, spruitjes, worst
”Goedemiddag, meneer Kuik. U bent toch die man van stichting Brein die internetsites laat platleggen als ze linken naar illegale software?”
”Goedemiddag”, ik wil graag een zonnebril”.
Ha Gerard, ja joh, dat is me zoontje. Hij ken meedoen aan de iksfaktor en hij doet het hardstikke goed hoor. Hij is pas twee jaar maar hij ken danse as de beste. Hij kon eerder danse dan lope. Ja, dat kom zo me vrouw en ik hebbe vroeger op dansles gezete en dat hebbe we nu overgebracht op me zoon. Tzit in ze gene hè zak maar zegge. Oh, mottie op? Nou, dan mot ik effe mee want hij ken ze naam nog niet zegge. Hallo sjurie dit is me zoon en hij ken al danse. Of ik de vader ben? Nou volgens mij wel of de buurman mot langsgekomme zijn ha ha ha. Ja ik ga al. Gerard hou nou effe je muil as me zoon bezig is. Och god och god, mot je hem zien, nou die mag weer terugkomme natuurlijk. Wat zeggie stinkt het? Ja hij is nog niet zindelijk hè dus hij zal wel in zen broek geschete hebbe. Je kennem nou netuurlijk geen luier om doen. Oh oh, snik snik…kijk hem nou is tekeer gaan. Daar doe je het allemaal voor as vader hè. Ik ga daar me leve lang krom voor legge dattie een beroemde danser wort en dan kendie zo in een muzikal meedoen en astie dan ook nog ken zinge dan wortie helemaal wereldberoemd. Dat had ze grootmoeder zaliger nog mee motte maken, wat zou dat ouwe mens genote hebbe. Kijk nou kijk nou hij krijg drie rooie kruissies! Wat een flutsjurie, iedereen ken toch zien dattie de beste is, ze hebbe der hier echt geen verstand van. Die Henkjan al helemaal niet, wat een ammeteur zeg! Nou Pietje huil maar niet hoor. Op koninginnedag hebbie weer een braderie op het dorp en daar kenne ze je wel waardere op het podium naast de bierpomp.
Het gaat als een lopend vuurtje door het dorp hoe jij die vijf ettertjes de bus hebt uitgeslagen. Je wordt de Rambo van het openbaar vervoer genoemd. Maar dan, twee dagen later. Je bent amper van een halte vertrokken met je bus of je hoort in de verte gillende sirenes. In je spiegel zie je twee politiebusjes aankomen en je gaat een stukje naar de kant om ze te laten passeren. Maar je moet boven op je rem gaan staan omdat de kit je klem rijdt. Zes agenten stormen de auto’s uit, bonken op je deur, die je natuurlijk beleefdheidshalve open doet, en grijpen je met veel machtsvertoon in je kladden. Voor je het weet hebben ze je achter je stuur vandaan gesleurd, in een politiebusje gesmeten en afgevoerd naar het politiebureau. Daar word je beschuldigd van excessief geweld tegen vijf onschuldige Marokkaanse jongetjes die jou alleen maar een beetje geplaagd hebben. Je wordt uren ondervraagd en uiteraard geef je jouw versie van het verhaal. Maar niemand gelooft je en je wordt gedwongen de namen van je vrienden te noemen die hebben meegeholpen die aardige jongens je bus uit te slaan. Niemand gelooft dat je het alleen gedaan hebt.
”Nee, ga ik gistere effe naar het durp om nog wat bier te halen en een flessie wijn voor me vrouw, hoor ik ineens een hoop pokkeherrie en wat zien ik? Een stel gekke die op trompette spele en een stel trommelaars der voor die probere bove die trompetters uit te komme. Afijn, ik ga der effe achteran om te zien waar die gaste naar toe lope. Gaan ze naar het durpsplein wat is afgezet met hekke. Nou denk ik, daar wort meschien wel een feesie gehouwe. En dat ken netuurlijk wel leuk zijn. Dus ik effe de kroeg in om te kijke wat het wort. Na men vijfde biertje wort het steeds drukker en ineens begint der een vent te ouwehoere dat er een taptoe gehouwe wort. Blijkt die vent de burgemeester te zijn. Ik denk nog taptoe? As ze het maar late!. Daarna nog een lulpraatje van een of andere voorzitter. Die hoor ze eige graag lulle hoor zo lang praat ie door. As tie eindelijk stopt brult er een vent geef acht. Nou ja denk ik nog drie derbij dat ken wel. Me vrouw gaat toch wel schelde as ik thuis kom. Of ik der nou vijf of acht op heb. Maar voor ik ken bestelle komme die tetteraars het durpsplein op. Ze spele nu wel een aardig moppie meziek maar op het plein gaan ze allemaal door mekaar lope. Tis echt geen gezicht. Ze lope links en rechts door mekaar en de een weet niet waar de ander heen gaat. De vent die der voor loopt met die stok weet het ok niet meer. Die gaat maar van een afstandje staan toekijken. Hij staat nog de maat te slaan ok maar geen hond die naar em kijkt. Sta je voor aap of niet soms. Op het leste moment komme ze toch weer aardig bij mekaar en lope ze weer van het plein af. Meer dan tien menute ware die gaste helemaal de weg kwijt. Het viel me nog mee dat ze gelijk begonne te spele en ok gelijk weer klaar waren. Dan hadde ze helemaal voor lul gestaan. Afijn daarna komme der nog zo een stel van die mafkeze het plein op en die doen presies hetzellefde. Tjonge denk ik zouwe die lui wel is oefene. Alleen die pakkies ware anders. De ene klup had zwartwit met van die hoge witte kolebakke en de andere weer van die gouwe strepen op de borst met zwarte kolebakke en weer een ander witte broeke en zwarte jassies en mutse met een veertje. Die witte broeke is netuurlijk wel besmettelijk. Nou me bek viel echt ope van zoveel gestuntel. Het pebliek most er wel voor klappe. Ja meer uit beleefheid denk ik. Ze deje netuurlijk wel der best om der nog wat van te make. T was al laat toen ze allemaal gelijk het plein op kwame lope. Tjonge tjonge dach ik nog as dat maar goed gaat. As ze weer door mekaar gaan lope vinde ze mekaar netuurlijk helemaal nooit meer terug. Maar dat viel mee. Ze ginge netjes naast mekaar staan en toen kwam weer die burgemeester met zen gezwets en daarna weer die voorzitter die iedereen ging bedanke. Nou zeg as je voor zoon opgeraapt zootje nog mot bedanken. Maar ja hij zal der wel voor betaald geworde zijn. Toen ginge ze het wilhellemus spele. En het was geeneens koninginnedag en daarna nog een soort psalm. Kijk dat hoef van mij nou niet. Dat doe je maar op zondagochend in de kerk. Toen dat gedaan was schreeuwde der weer iemand dat ze der acht moste geve. Nou ik was al aan me tiende. Tja voor die tap toe gaat mot je der toch effe een paar neme. Met veel herrie vertrokke die gaste weer het durp uit. Nooit van buregerucht gehoord zeker. Thuis kreeg ik wel op me kop van me vrouw. Ik was der flessie wijn vergete.”
Je wilt een restaurantje op Aruba beginnen maar daar heb je natuurlijk een vergunning voor nodig. Dat gaat een maand of drie duren dus geef je de ambtenaar een aardigheidje zodat je de vergunning binnen twee weken hebt. Je bent nog niet klaar met de verbouwing of er volgt een inspectie. Dan blijkt dat je ovens niet aan de vereiste maat zijn maar de ambtenaar kan dit wel voor je ”oplossen”. Dat laat je hem ook zuchtend doen. Dan volgt er een inspectie van je interieur en je hoort dat het hout van je stoelen en tafels het verkeerde keurmerk hebben: je moet het verwijderen. Maar de ambtenaar zal zijn best doen om ook dit voor je ”op te lossen”. Maar gelukkig, alles is klaar en ”opgelost” en je houdt een feestelijke opening. En jawel, ’s avonds om tien uur staat er weer een ambtenaar op je stoep met de mededeling dat je na tien uur dicht moet zijn. Dat is de plaatselijke verordening. Als je naar andere restaurants en clubs verwijst die allemaal nog vrolijk open zijn, kan de ambtenaar wel weer iets ”regelen”. Nu word je het zat en je gaat je beklag doen bij de minister van Justitie, Rudy Croes. Maar daar vind je geen gehoor. Sterker nog, hij wil je ”een klap voor je smoel” verkopen als je niet snel maakt dat je wegkomt met je verdachtmakingen naar de hardwerkende ambtenaren. Gedesillusioneerd verkoop je je tent en stap je op het vliegtuig naar Nederland.
Het is weer de tijd van de nieuwjaarsrecepties en deze keer is het jouw beurt om te vertellen hoe geweldig het bedrijf heeft gepresteerd dankzij de nieuwe directie en een paar nieuw gecreëerde managersfuncties. Helaas moet je er ook bijvertellen dat er, dankzij de recessie, een ”ombuiging” in het personeelsbestand zal plaatsvinden. Dat betekent natuurlijk dat er ontslagen zullen vallen, maar het woord ”ontslag” mag je van de directie niet gebruiken. Je steekt eerst een paar leidinggevenden een veer in hun reet en dan ga je over tot de prijsuitreiking aan de werknemer die het afgelopen jaar het meest haar best heeft gedaan en zich het hele jaar niet heeft ziekgemeld. Zij krijgt een Iriscadeaubon van 25 euro en een bosje bloemen. Dat zij een maand later ontslagen wordt vertel je haar nog maar niet. Vervolgens laat je de flessen champagne à 1 euro 95 van de Aldi opentrekken en breng je een toast uit. Je drinkt veel te veel van dat bocht maar de kater komt pas een maand later als jij ook tot de ontslagene behoort.
Je hebt een vreselijke nachtmerrie gehad: Bert van Leeuwen stond voor de deur om je mee te nemen naar een restaurant om het weer goed te maken met je tweelingzuster. Al in de boks was het donderjagen tussen jullie en het is nooit meer goed gekomen. Maar, koppig als je bent, je vloekte Bert van de deur en je schreeuwde hem toe dat hij maar bij Rouvoet langs moet gaan om het goed te maken tussen hem en onwillige jongeren en mannen die hun vrouw slaan. Maar daar ging het portier van de limousine open en er stapten twee kleerkasten uit die jou bij kop en kont beetpakten en je languit in die veel te lange gemiddelde gezinsauto gooiden. Je werd geblinddoekt en na een tijdje stopte de auto en werd je ruw naar buiten geslingerd. Eenmaal binnen werd je blinddoek afgedaan en was je rechtstreeks in de uitzending van Bert. Het uitzinnige publiek gooide met tomaten en even later werd je zuster in een boks binnengebracht. Al van verre gilde ze naar je dat je er niet bij mocht, dat het haar boks was. Ze keek er ook heel gemeen bij zo tussen de spijlen van dat kleine gevangenisje.




