Verpakte zalm
Zit ik vanmiddag op de A16 achter een politiebusje. Dat ging met 140 zonder sirene en zwaailicht en ik er achter aan. Ik ben gek op bloederige ongelukken en opstootjes. Want daar ging dat busje naar toe natuurlijk. Eenmaal in Rotterdam ging het met 100 de stad in en ik ook. Zie ik ineens het stopbordje oplichten. Volgzaam als ik ben stopte ik, draaide mijn raam open en wachtte op de agentjes. Een agent stapte uit en liep naar mijn auto.
”Uw naam,” blafte hij. ”Peter R. de Vries,” zei ik. Daar schrok hij wel van maar hij geloofde mij niet.
”U reed veel te hard,” sprak hij mij streng toe. ”Klopt,” zei ik, ” maar jullie ook en jullie hebben een voorbeeldfunctie.”
”Dat kost u dan een bekeuring. Papieren!”
”Zal ik jou eens voor je gekke kop slaan,” blafte ik net zo hard terug terwijl ik mijn portier dreigde open te doen.
Het jonge agentje deed een stapje terug en vroeg met stemverheffing, ”is dat een dreigement?”
”Nee hoor,” zei ik hem, ”dat is een belofte.”
Toen liep hij terug naar zijn busje en sprak met zijn passagier die ik nog niet gezien had. Even later kwam er een meisje van een jaar of vijftien uit het busje. Tenminste, zo zag ze er uit. Ze droeg wel een uniform en ze had een pistool op haar heup. Ze moest dus minstens achttien zijn.
”Gaan wij moeilijk doen?” vroeg ze met een hoog stemmetje.
”Als je met ”wij” jullie bedoelt dan is het antwoord ja,” zei ik.
Het meisje stond mij even aan te kijken, keek toen haar collega aan en keek weer naar mij. Ik knikte haar bemoedigend toe. Jeetje, dacht ik, leren ze nu helemaal niets meer op die politie-blo? Ik had mezelf met mijn arrogante houding allang uit de auto gesleurd. Maar niet deze twee agentjes. Het meisje trok de jongen aan zijn mouw en ze liepen een stukje bij mij vandaan. Na even met elkaar overlegd te hebben kwamen ze terug en spraken mij belerend toe om voortaan op mijn snelheid te letten. ”Ok,” zei ik, ”als jullie dat ook doen wordt het weer een stuk veiliger op straat. En zo reed ik weg. Ik stak mijn hand nog op als groet, maar zij groetten niet terug.
- 1 gehakt lente-uitje
- 2 eetlepels sojasaus
- 1 eetlepel rijstazijn
- 1 eetlepel honing
- 1 theelepel gehakte verse gember
- 1 pond zalmfilet (4 porties)
- geroosterde sesamzaadjes
Hak het uitje fijn en doe het samen met de sojasaus, azijn, honing en gember in een kom. Roer alles goed door elkaar tot een lekkere saus. Doe de vier stukken zalm in een afsluitbare plastic zak en voeg er 3 eetlepels van de saus bij. Laat dit in de koelkast 15 minuten marineren. De rest van de saus even bewaren.
Wikkel de gemarineerde zalm in aluminiumfolie (al dan niet apart ingepakt) en leg ze in een hapjespan. Zet de pan op een laag vuurtje met het deksel er op. In ongeveer een kwartiertje is de zalm heerlijk gaar. Pak ze uit en doe er de rest van de saus over. Bestrooi daarna met geroosterde sesamzaadjes
Sesamzaadjes kun je zelf roosteren. Doe de zaadjes in een tefalpan en rooster ze op een matig laag vuur onder voortdurend roeren tot ze geurig en lichtbruin zijn.





