Lamscoteletjes in deeg
Als je in de lente in de wei loopt en je ziet al die lammetjes zo dartelen, dan word je week om het hart. Je kunt je niet voorstellen dat stukjes van deze lieve beestjes in de herfst op je bord liggen. Nee, dan denk je niet meer aan dat gedartel, dan kom je hongerig thuis en zal het je worst zijn wat er op je bord ligt. Als het maar lekker is.
- 3 lamscoteletjes
- 35 gram boter
- zout
voor het deeg:
- 30 gram bloem
- ½ deciliter water
- ½ ei
- ½ theelepel olijfolie
- zout
- frituurvet
Schrap, klop en zout de coteletjes waarvan langs het beentje al het vlees en vet zijn weggesneden. Het beentje moet ongeveer 4 centimeter lang zijn. Bak de coteletjes in de boter lichtbruin en gaar. Laat ze dan koud worden. Doe voor het deeg de bloem in een kom, maak er een kuiltje in, doe hierin de eidooier, zout, olie en water. Roer vanuit het kuiltje beginnend het omliggende meel in de vloeistof. Maak van het deeg een gladde massa en voeg op het laatst het stijfgeslagen eiwit toe.
Wentel de coteletjes in het deeg en bak ze lichtbruin in de frituur. Laat ze even uitdruipen en versier de beentjes met een papieren manchetje. Serveer er spercieboontjes en aardappelkroketjes bij.
Als je ’s avonds schaapjes aan het tellen bent omdat je niet in slaap kunt komen, zie je steeds weer die lieve lammetjes voorbij komen. Maar lekker dat het was…!





