Hersens in schelpen
We zijn zijn bij een aantal ministers op bezoek geweest met de vraag of ze dat deel van hun hersens dat zij toch niet gebruiken, aan ons wilden afstaan. Bijna allemaal stonden ze een groot deel van hun hersens aan ons af. Sommigen schenen opgelucht te zijn, of ze van een last bevrijd waren. Tja, iets dat je toch niet gebruikt… Behalve natuurlijk Wouter Bos. Hij vertelde ons nog te proberen een Nederlandse kredietcrisis te voorkomen. Knap hoor, we wilden hem bijna een deel van onze net verkregen hersens geven.
- de hersens van één minister rund
- 2 kruidnagelen
- 4 witte peperkorrels
- 2½ deciliter bouillon
- 20 gram bloem
- 25 gram boter
- zout en peterselie
Week de hersens een paar uur in koud water, ze ze op met ruim kokend water, zout, kruidnagelen en peperkorrels en laat de zaak een half uurtje koken.
Breng ondertussen de boter en de bloem al roerende aan de kook en giet er met kleine beetjes de bouillon bij en blijf roeren tot de saus goed doorgekookt is. Snijd de hersens aan kleine stukjes en vermeng ze met de saus en de gehakte peterselie. Een beetje zout naar smaak bijvoegen. Besmeer de schelpen met boter en vul ze voor ongeveer driekwart met het mengsel. Strooi er wat paneermeel over en leg er kleine klontjes margarine op. Laat ze daarna in een matig warme over lichtbruin worden.
Na het eten kun je uit volle borst dit carnavalslied zingen:
Ik heb een minister ingeslikt en daarom klink ik nu zo hol
Ik kan liegen als de beste dat hou ik nog even vol
Wat het volk wil dat regel ik wel even
Nou ja, dat zeg ik dan, want jokken is mijn leven
Ik heb een minister ingeslikt en daarom klink ik nu zo hol
Ik kan liegen als de beste dat hou ik nog even vol
Aan ‘t einde van de rit heb ik mijn plicht vervuld
Ik heb mijn zakken weer eens lekker goed gevuld





